Werk en inkomen

7.2 Werk en inkomen

Verantwoordelijkheid

Uitgangspunt van de ChristenUnie is dat ieder mens verantwoordelijkheid heeft om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Soms lukt dat tijdelijk niet. De ChristenUnie vindt dat niemand aan zijn lot overgelaten mag worden. Zowel van overheid als van samenleving wordt extra zorg en aandacht gevraagd voor de (tijdelijk) kwetsbare burgers.

Ook de gemeente heeft een taak als het gaat om het bevorderen van de lokale en regionale werkgelegenheid. Er zijn veel mensen die graag iets voor de maatschappij willen betekenen en graag iets willen doen, het liefst in hun directe leefomgeving. Daarnaast is er veel behoefte aan mensen die zich willen inzetten. Toch lukt het moeilijk om vraag en aanbod bij elkaar te brengen.

De ChristenUnie ziet meedoen als een kans en een uitdaging. Meedoen moet gestimuleerd worden en waar mogelijk worden beloond. Mensen die gebruik maken van voorliggende financiële voorzieningen en nog niet meedoen in de maatschappij moeten in eerste instantie worden uitgedaagd om mee te doen en pas wanneer dat niet lukt komt het opleggen van de verplichting tot meedoen in beeld.

Beleid moet erop gericht worden om zoveel mogelijk mensen in staat te stellen om zich te kunnen inzetten voor de samenleving.

Het is daarom nodig dat de gemeente en maatschappelijke partners samen de behoefte inventariseren en afspreken hoe vraag en aanbod bij elkaar worden gebracht. Inzet van mensen in het kader van maatschappelijke activering (dat is inzet/dienstbetoon) kan daarbij een eerste instrument zijn.

Samenleving

De ChristenUnie zet zich in voor een samenleving waarin:

  • Iedereen kan meedoen op een manier die zo goed mogelijk aansluit bij zijn talenten;
  • Het voor gemeenten, bedrijven en andere organisaties en instellingen vanzelfsprekend is dat ook mensen met beperkingen de mogelijkheid wordt geboden om hun talenten in te zetten en die dit ook laten zien door deze mensen in dienst te nemen, bijvoorbeeld door hen een leer-werkstage aan te bieden;
  • Mensen die geen kans hebben op regulier werk toch kunnen meedoen;
  • Vrijwilligerswerk een belangrijke plaats inneemt;

De ChristenUnie wil investeren in een samenleving die is gebaseerd op 'vertrouwen'. In een samenleving waarin mensen worden gestimuleerd, uitgedaagd en beloond, en kwaadwillenden worden aangepakt.

Schuldhulpverlening

Schuldhulpverlening is een gespecialiseerde hulp aan inwoners met een problematische schuldenlast waarbij meestal ook sprake is van een crisissituatie i.v.m. dreigende huisuitzetting en/of afsluiting van de nutsvoorzieningen. We spreken van problematische schulden als iemand niet meer in staat is zijn vaste lasten als huur, energie en belastingen kan betalen en/of geen aflossing meer kan doen op reeds gemaakte schulden zodat professionele hulp nodig is om tot een oplossing te komen.

Iedereen moet naar de opvatting van de ChristenUnie – ongeacht de hoogte van het inkomen of de grootte van de schulden – een uitgebreide intake krijgen door medewerkers van het loket. Voor de ChristenUnie is het belangrijkste criterium bij het bieden van advies het gevaar dat iemand loopt om op (korte) termijn problematische schulden te ontwikkelen.

Door dit criterium te hanteren werkt de gemeente bewuster aan preventie. Voor diegenen met een inkomen boven de 130% van het minimumloon die nog geen problematische schulden hebben, kan de ChristenUnie zich voorstellen dat om een eigen bijdrage gevraagd wordt wanneer uitgebreide dienstverlening wordt geboden.

Aangezien schuldhulpverlening vaak samengaat met een zich acuut voordoende crisissituatie moeten wachtlijsten zoveel mogelijk worden voorkomen.

Samen werken

Bij bezuinigingen kiest de ChristenUnie in eerste instantie niet voor het verminderen of bemoeilijken van het gebruik van voorzieningen maar om samen met de maatschappelijke partners te onderzoeken of de bezuiniging ook kan worden bereikt door een andere verdeling van verantwoordelijkheden, taken en middelen tussen de gemeente en de maatschappelijke partners. Zo kunnen in de schuldhulpverlening bepaalde taken in de voorbereiding of de nazorg worden uitgevoerd door (vrijwilligers van) maatschappelijke partners, zodat de professionals die werkzaam zijn binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening zich kunnen richten op de ingewikkeldere taken en onderwerpen.

De ChristenUnie wil idealiter een samenleving waarin voedselbanken niet nodig zijn maar wij sluiten onze ogen niet voor de realiteit. Voedselbanken zijn er en hebben het druk. De ChristenUnie wil ervoor zorgen dat deze vrijwilligers hun werk goed kunnen doen.

De ChristenUnie vindt dat voor het krijgen van een uitkering een tegenprestatie gevraagd mag worden. De gemeente mag een beroep doen op de inzet van degenen die een uitkering ontvangen. Zij kan activiteiten aanwijzen/aanbieden als leer- en/of werkervaringsplaats of als mogelijkheid voor maatschappelijke activering. Wel moet hierbij zoveel mogelijk worden voorkomen dat dit ten koste gaat van reguliere arbeidsplaatsen. Het moeten aanvullende taken zijn. Mensen moeten daarbij wel keuzemogelijkheden hebben en ook zelf met voorstellen kunnen komen. 

Zelfstandigen

De ChristenUnie wil nadrukkelijk oog hebben voor de positie van ZZP-ers. Veel mensen werken tegenwoordig zonder in loondienst te zijn. Ook binnen de overheid moet men meer en meer rekening houden met vraagstukken die hiermee samenhangen.

Werken en participeren

De ChristenUnie wil:

  • Dat van iedereen die voor zijn inkomen financieel afhankelijk is van de gemeente de (gewijzigde) capaciteiten, beperkingen en ontwikkelingen objectief en zorgvuldig bepaald worden vastgelegd, bijvoorbeeld in een persoonlijk ontwikkelingsplan;
  • Dat de Poortwachtersfunctie versterkt blijft en de nadruk niet ligt op het verstrekken van een recht maar op het gebruik van een (tijdelijk) vangnet;
  • Dat bedrijven en organisaties worden gestimuleerd om meer mensen met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. De gemeente moet daarin zelf het goede voorbeeld geven;
  • Dat bedrijven en organisaties worden uitgedaagd om de verantwoordelijkheid te nemen voor re-integratietrajecten. Daarbij moet wel worden bewaakt dat de trajecten een aantoonbaar positief effect hebben op (de kansen van) plaatsing in een functie op de arbeidsmarkt;
  • Misbruik van re-integratiesubsidies krachtig wordt bestreden;
  • Dat bedrijven en organisaties worden gestimuleerd om leer- en/of werkervaringsplaatsen en/of plaatsen voor maatschappelijke activering beschikbaar te stellen;
  • Dat werkgevers niet worden opgezadeld met (administratieve) rompslomp, door bijvoorbeeld te werken met detachering kunnen bij het plaatsen van mensen met een beperking administratieve lasten verminderd worden;
  • Dat bedrijven gestimuleerd en beloond worden om sociaal verantwoord te ondernemen;
  • Dat trajecten voor (re-)integratie van werkzoekenden gericht zijn op het realiseren van een structurele oplossing;
  • Dat mensen die in een re-integratietraject zitten, – zodra het desbetreffende werk beëindigd is - zo snel mogelijk nieuw werk wordt aangeboden;
  • Dat iedereen die bij een regulier bedrijf kan werken, zich daarvoor ook daadwerkelijk beschikbaar stelt.

De mate waarin bedrijven en organisaties arbeidsgehandicapten in dienst nemen, bepaalt de noodzaak om als gemeente zelf te zorgen voor beschut werk.

Met betrekking tot beschut werken wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen mensen met een sociale werkvoorzienings-indicatie of mensen die recht hebben op een Wajong- of bijstandsuitkering. Hoe het in de nieuwe Participatiewet en uiteindelijk lokaal of regionaal ook geregeld gaat worden, het uitgangspunt van de ChristenUnie is dat mensen die een beschutte werkplek nodig hebben, dat binnen het beschikbare budget ook zoveel mogelijk moeten kunnen krijgen.

Armoede

Overgang van armoede van ouders op kinderen moet worden voorkomen. Daarom is extra aandacht nodig voor (gezinnen met) kinderen die langdurig een uitkering ontvangen. Het mag niet zo zijn dat kinderen daardoor hun talenten niet kunnen ontwikkelen of zich niet kunnen ontspannen.

De ChristenUnie ziet in een armoedepact van de gemeente met alle vindplaatsen zoals woningcorporaties, voedselbank, hulpverleningsorganisaties, zorginstellingen, jeugdzorg, onderwijs en in blijvende aandacht om te voorkomen dat iemand zonder startkwalificatie de school verlaat instrumenten om daar aan bij te dragen.