Betrouwbare overheid

De ChristenUnie staat voor een overheid die betrouwbaar, transparant en herkenbaar is en die daarmee het vertrouwen van de burger waard is.

De ChristenUnie verwacht niet alles van de overheid, maar ook niet van de markt. Overheid en samenleving zijn bondgenoten. De overheid stimuleert en ondersteund mensen om hun eigen kracht of samen-redzaamheid in te zetten. De gemeente is in veel gevallen het eerste of meest nabije en concrete contact van een burger met de overheid en heeft als belangrijke taak de kracht die al aanwezig is in de samenleving te versterken.

Bij de ChristenUnie staat de overheid naast mensen, denkt mee, stimuleert en ondersteunt waar nodig. Dat vraagt om maatwerk: de een heeft die ondersteuning sneller nodig dan de ander. Ook vraagt dat een opstelling van burgers waarin zij verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen handelen en – samen met anderen en de overheid – de zorg voor de samenleving oppakken. En als mensen het echt niet zelf of samen met anderen kunnen, dan biedt de overheid een vangnet. Burgers moeten een beroep op de overheid kunnen doen wanneer hun veiligheid of bestaanszekerheid in het geding is.

In de huidige samenleving worden hoge eisen gesteld aan overheidshandelen, met name over de transparantie van de overheid. Dat geldt juist voor de lokale overheid (raadsleden, wethouders, burgemeester én ambtenaren) die zo dichtbij de mensen staat. De ChristenUnie gaat voor een benaderbare overheid. Dat betekent vooral ook goede communicatie, van social media tot de balie.

De ChristenUnie wil werken aan een klantvriendelijke, begrijpelijke overheid, die zaken niet onnodig ingewikkeld maakt maar waar mogelijk zelfs eenvoudiger.

De overheid moet een open houding hebben richting initiatieven van burgers, vooral wanneer die het algemeen belang op het oog hebben zoals op het gebied van duurzaamheid, zorg, lokale economie of wijkbeheer. Hierin past een overheid die meedenkt en faciliteert.

Door de huidige crisis en bezuinigingen is de financiële druk op de gemeente zo groot geworden dat bepaalde voorzieningen niet meer (alleen) door de gemeente in stand kunnen worden gehouden. De ChristenUnie ziet graag dat de overheid, samenleving en markt gezamenlijk de schouders er onder zetten om voorzieningen in stand te houden.

Waar gaat de ChristenUnie voor.

Overheid en burger

De gemeente heeft een aantal belangrijke kerntaken zoals veiligheid, maatschappelijke ondersteuning, ruimtelijke ordening en afvalinzameling. Zelfs bij die taken waar de gemeente als eerste verantwoordelijk voor is ziet de ChristenUnie graag dat zoveel mogelijk samenwerking met de samenleving wordt gezocht (met burgers, bedrijven, organisaties, scholen, kerken enzovoort).

De lokale gemeenschap: dorpen, kernen, wijken en buurten

De ChristenUnie waardeert dorpen, kernen, wijken en buurten als lokale gemeenschap en hecht aan het eigene ervan. De gemeente moet alle mogelijkheden benutten om bewoners van de lokale gemeenschap te betrekken bij zaken die hen raken.

Wil de gemeente de afstand tussen bewoners klein houden, dan blijft de inzet van wijkmanagers van groot belang. Deze ambtenaren vormen de schakel tussen de vele afdelingen binnen het gemeentelijk apparaat en de mensen die de belangen in de lokale gemeenschap vertegenwoordigen. Tegelijk mag van ambtenaren worden verwacht dat zij opereren in het belang van de burger (zonder daarbij het grotere belang uit het oog te verliezen).

De ChristenUnie wil de lokale gemeenschappen blijven ondersteunen met budgetten die beschikbaar zijn voor eigen initiatieven. De kracht van de lokale gemeenschap is daarbij uitgangspunt.

Participatie

De overheid moet niet alles zelf of alleen willen doen. Sterker nog, de overheid moet niet overal bij betrokken willen zijn. Loslaten is ook een kunst. De ChristenUnie spreekt liever van overheidsparticipatie dan van burgerparticipatie om ook bij de overheid een kanteling in denken teweeg te brengen.

Wanneer de overheid wel een belangrijke rol heeft in een proces, dan wil de ChristenUnie dat de gemeente burgers, bedrijven, belangenbehartigers en andere betrokkenen zo vroeg, veel en vaak als mogelijk betrekt bij de vorming en uitvoering van dat beleid. Dat is een voorwaarde voor draagvlak en vruchtbare samenwerking.

De gemeente – zowel college als raad – ontwikkelen uitgebreid beleid voor participatie met duidelijke rollen, procedures en wederzijdse verwachtingen. De communicatie vanuit de gemeente verdient daarbij zorgvuldige aandacht.

Als er initiatieven, taken, verantwoordelijkheden en middelen kunnen worden overgedragen aan burgers en maatschappelijke instellingen, dan begeleidt en ondersteunt de gemeente dit proces. Het gaat er uiteindelijk om dat gezamenlijke doelstellingen op de beste manier bereikt worden.

Decentralisaties

De komende jaren worden een flink aantal taken van de rijksoverheid en provincie overgebracht (gedecentraliseerd) naar de gemeente. Ook bij het passend onderwijs vindt een stelselwijziging plaats waardoor gemeenten een grotere rol krijgen in de ondersteuning van leerlingen met extra zorgbehoeften. Deze ingezette decentralisaties en transformaties van allerlei vormen van zorg vereisen een zorgvuldige aanpak. Hoewel het decentraliseren van taken naar gemeenten past bij de visie van de ChristenUnie, wordt het uitvoeren van de op handen zijnde decentralisaties een zware opgave. De zorg voor groepen mensen die door wijzigende wet- en regelgeving in de verdrukking komen blijft daarbij voor ons voorop staan. Zorgvuldigheid en zorgzaamheid zijn cruciaal.

Het gaat om grote operaties die gepaard gaan met forse bezuinigingen. Het is belangrijk om de (financiële) effecten van de stapeling van decentralisaties voor mensen die hier mee te maken hebben goed in beeld te hebben én aandacht te houden voor de financiële posities van individuele gemeenten. Ook het tempo waarin veranderingen worden doorgevoerd is voor de ChristenUnie een punt van aandacht.

Meer over decentralisaties in hoofdstuk 7.

Gemeentelijke herindeling en samenwerking

Uitgangspunt van de ChristenUnie voor de gemeentelijke organisatie is dat de kwaliteit (ook wel bestuurskracht genoemd) voldoende moet zijn en blijven.

De afgelopen periode heeft de commissie Jansen zich over de bestuurlijke toekomst in Groningen gebogen en geadviseerd tot grootschalige herindeling over te gaan. Voor herindeling lijkt voldoende politieke draagkracht te zijn. In de periode 2014-2018 moet duidelijk worden welke gemeenten met elkaar tot herindeling zullen overgaan en zal het proces tot herindeling gestart worden.

De ChristenUnie heeft als uitgangspunt dat samenwerking of fusie van gemeenten alleen kan plaatsvinden wanneer de gemeenteraden van de individuele gemeenten hiertoe besluiten. Zij vormen de onderste en daarmee de verantwoordelijke bestuurslaag.

De ChristenUnie wil minder bestuurlijke drukte. Bestuurlijke samenwerkingsverbanden zoals gemeenschappelijke regelingen (WGR) moeten worden ingeperkt. De ChristenUnie is niet per definitie tegen gemeenschappelijke regelingen maar die dienen op zijn minst de mogelijkheid in zich te hebben dat de individuele gemeente eigen beleid kan blijven formuleren. Een herindeling past in het proces om de bestuurlijke drukte te verminderen.

De ChristenUnie wil dat op grond van de juiste motieven tot herindeling wordt overgegaan. Uit onderzoek blijkt dat herindelingen niet leiden tot financiële voordelen[1] en het zal ook niet dé oplossing zijn om met bovenlokale verbanden verweven problematiek te bestrijden.

De keus voor herindeling en fusiepartners moet worden gemaakt op basis van inhoud, kwaliteit, draagvlak en herkenbaarheid. Onder meer de taken die van de Rijksoverheid op gemeenten afkomen, de veelheid aan samenwerkingsverbanden en de wijze waarop de uitvoering van taken in Hoogezand-Sappemeer en omliggende gemeenten daardoor onder druk komen te staan hebben een herbezinning op de huidige manier waarop gemeenten georganiseerd zijn noodzakelijk gemaakt.


[1]      Drs. J.M.J. Berghuis, Prof. dr. M. Herwijer en mr. drs. Pol, Effecten van herindeling, 1995